KORTE GESCHIEDENIS VAN HET ONDERWIJS IN GOEDEREEDE


In 1997 was er een week lang feest op Buten de Poorte om het honderdjarig bestaan te vieren.We hadden een dag met oud-hollandse spelletjes, het optreden van een clown, een dagje Duinrell, een vossenjacht en klap op de vuurpijl op zaterdag een réunie met meer dan 400 oud-leerlingen en een slotfeest. Wat een geweldige week. Er is toen een boekje gemaakt, geschreven door Niek van Doorn (oud directeur) en samengesteld door Desirée van Halewijn en Jan Grinwis.
    
 

Onderwijs is er altijd geweest, zowel in de steden als de dorpen, overal in ons land. Soms was dit in handen van de kerk, waarbij monniken optraden als leerkrachten en in de kloosters één of meer ruimtes dienst deden als school (de z.g. Kloosterschool). Daar leerden de kinderen, van hoofdzakelijk edelen en vooraanstaande burgers, de edele kunst van het lezen,schrijven en rekenen. In andere plaatsen werd soms gebruik gemaakt van zeekapiteins, -stuurlieden of bootslui, die niet geschikt meer waren voor het harde zeemansleven. Zij hadden natuurlijk enig onderwijs genoten of zichzelf de belangrijkste vaardigheden aangeleerd, zodat zij, na een soort test afgelegd te hebben, geschikt geacht werden om de kinderen onderwijs te geven, in ruil voor een beloning in nature, die vaak bestond uit levensmiddelen, brandstof of enige geldelijke bijdrage. Een andere mogelijkheid was, zeker na de Reformatie, dat de kerkelijke instanties het onderwijs ter hand namen, met behulp van de burgemeesters en schepenen van de stad, die de schoolmeesters benoemden. Deze schoolmeesters waren verplicht zondags de klok te luiden, de kerk schoon te houden, kortom al die dingen te doen, die een koster behoort te doen. In Goedereede was het laatste zeer zeker het geval, want in de kerkrekeningen vinden we tussen de predikanten de namen van diverse schoolmeesters. Zo was er in 1559 de eerste melding van ene Meester Maerten, in 1638 Meester van der Daff, in 1640 opgevolgd door Meester Dingeman en in hetzelfde jaar vervangen door Jan Marinus van der Daff, mogelijk dezelfde als in 1638, in 1642 opgevolgd door Meester Willem Reyners. In 1649 werd Jac. Jobszn. benoemd, die echter bedankte voor de eer en in zijn plaats werd Meester Abraham Nolens benoemd, in 1650 kwam er een Meester Leonard Pietersz. Hoogenraed en de laatste meldingen betreffen een Meester Maarten van Straeten, die volgens de opgave zowel in 1734 als in 1783 benoemd werd. Deze opgaven werden aangetroffen in het Rijksarchief in het jaar 1885. Tevens wordt erin vermeld, dat rond 1875 het aantal leerlingen in Goedereede gemiddeld 90 was.
Wat betreft de gebouwen, die in Goedereede in gebruik zijn geweest als school, is te vermelden, dat op één na alle schoolgebouwen nog aanwezig zijn.
 

 


 
Hoelang het in gebruik is geweest, is onbekend. Het moet echter tot na 1530 zijn geweest. In dat jaar werd een nieuw Stadhuis gebouwd, ter vervanging van het in 1482 verbrande oude gebouw. Dit gebouw, met een zandstenen gevel en twee trappen, die naar een bordes voerden, had in de benedenverdieping een ruimte, die voor verschillende doelen werd gebruikt, zoals vleeshal, stadswaag en later als school. Tevens was er in het Stadhuis een woning voor de schoolmeester. In deze oude school heeft ene Meester Dingemans als schoolmeester gefungeerd. Hij begon op 27 juli 1640 met zijn werk, onder de volgende voorwaarden: "De kinderen, op zijne school komende, zal hij leeren lezen, schrijven, cijferen en verdere wetenschappen tot de school behoorende, zooveel in hem is, na de gelegenheid der kinderen en begeerte van de ouders; meteen hen onderwijzende en inplantende de zedige burgerlijke deugden en het Christendom. Alles met vlijtige onderwijzing, vermaningen, bestraffingen geschikt na de gelegenheid en het natureel der kinderen, als in loffelijke scholen gebruikelijk is. Daartoe hij zich dagelijks van één tot vier uur toe in de school zal houden, arbeidende in 't leeren der kinderen, als voorzegd, zonder zich binnen dien tijd tot iets anders te bewegen. Behoudende hem zijn vrijen (nevens de gemeene feest- en vierdagen) nog wekelijks den marktdag na den noene, en jaarlijks van half juli tot half september, welke tijd wordt toegelaten de school ledig te laten staan zonder meer, zonder consent van Magistraat of Burgemeester zal mede schuldig zijn 's wintersdags van half november tot half februari avondschool te houden van 5 tot 7 uur. Voorts zal hij de klok en het uurwerk bewaren, stellen en gaande houden, zoo als 't behoort en met het kleine klokje voor de predicatie luiden na gewoonte. De kerk bezemschoon houden; de banken, de zittingen en de predikstoel alle Zondagen te reinigen. Mitsgaders den predikant en kerkeraad in de vergadering te dienen als een koster betaamt. Is mede gehouden Burgemeester en Regeerders in dien tijd zijnde gehoorzaamheid en eerbiedigheid te bewijzen; desgelijks Predikant en Kerkeraad te erkennen als 't behoort, alsmede de opzieners der school, voor welke diensten de schoolmeester zal trekken en profiteeren van al de kinderen, die hij leert (uitgezonderd de arme kinderen, die hij gehouden is om niet (=gratis) te leeren):
1. Van het A.B. boek te leeren - één stuiver
2. Van de andere boeken leeren - drie grooten vlaamsch
3. 't Lezen en schrijven te leeren - twee stuivers
4. 't Lezen, schrijven en cijferen - vij grooten vlaamsch, alles per week
5. Mits die in de avondschool haar eigen kaarslicht te bekostigen en een halve stuiver meer ter week, als?die der dagschool
6. Idem het genot of profijt van de duiven in en aan de toren zijnde, met de mest van dien
7. Zal mede het stedehof mogen gebruiken tot zijn dienst
8. En zal ontvangen tot zijn jaarloon van stadsarmen en kerk tezamen jaarlijks vijf en twintig ponden vlaamsch"
Deze toestand heeft geduurd tot 1852, toen een nieuwe lagere school werd gesticht, die zich bevond achter het Gemeentehuis, dat in hetzelfde jaar nieuw werd gebouwd, op de plaats van het oude Stadhuis aan de Markt. Deze school was door een tuin afgescheiden van het gemeentehuis, terwijl de schoolmeesterswoning? toch weer een plaats had gevonden in het gemeentehuis.
In 1868 werd door enige ingezetenen van Goedereede een bewaarschool gesticht, waarin tevens onderwijs in de nuttige handwerken aan meisjes gegeven werd. Zeventien jaar later, op 1 januari 1885 ging deze voorziening aan de gemeente over en werden er nieuwe voorzieningen, naar de eisen des tijds aangebracht.
Zoals op oude foto?s van rond 1900 te zien is, was de Bewaar-, Brei- en Naaischool gevestigd in het huis aan de Haven N.Z., waar later de woning van het Hoofd der School (Dhr.v.Breemen) en daarna de A&O-winkel van C. Orgers was.
 


 

Nadat al enige jaren, sinds 1881, geklaagd werd over de slechte luchtverversing op de school aan de Varkensmarkt, bracht de secretaris van de toenmalige schoolcommissie, dhr. A.v.Schouwen, het in september 1892 weer ter sprake en werden er plannen geopperd, om tussen de klaslokalen z.g. tuimelramen te plaatsen, die door de raad van deze gemeente werden aangeraden. De commissie was er niet erg voor, omdat dan de klassen last zouden kunnen hebben van elkaar, waardoor de lessen verstoord zouden kunnen worden en zo kwamen langzamerhand de eerste geluiden, die duidden op de bouw van een nieuw gebouw.In de vergadering van de schoolcommissie van 4 mei 1895, werd besloten aan de raad, naast het gebruikelijke verslag over het onderwijs in 1894, het 'eenparig gevoelen' kenbaar te maken, dat 'het schoolgebouw groote gebreken heeft, zoo groot, dat het zelfs niet aan zeer matige eischen voldoet. Door het toenemende aantal leerlingen zijn de localen, althans die voor de 2e, 3e, 4e en 5e leerjaren overbevolkt, zoodat daar de toestand dringend verandering en verbetering vordert en onhoudbaar genoemd moet worden. Besloten wordt, daarvan in het verslag melding te maken'. 
Een en ander was niet zo moeilijk aan te kaarten bij het toenmalige gemeentebestuur, daar de burgemeester, Dhr. M.Breen, tevens voorzitter was van de schoolcommissie. In het jaar 1897 werd het 'nieuwe' schoolgebouw in gebruik genomen, om precies te zijn, was de officiële opening op maandag 6 december 1897, in aanwezigheid van de schoolcommissie en de burgemeester M.Breen.
Wanneer de verslagen van de schoolcommissie uit deze tijd worden doorgekeken, valt op, dat de onderwijskrachten nogal eens op het matje geroepen werden, omdat ze een leerling slaag gegeven hadden en daar bij de schoolcommissie verantwoording voor moesten afleggen. Door toeneming van het aantal leerlingen, moest een nieuwe onderwijzer benoemd worden, toen dat niet lukte, was Dhr. v.d. Handel bereid om 2 à 3 maanden waar te nemen, en werd besloten dat, in verband met deze benoeming, getracht zou worden, de consistoriekamer tijdelijk als klaslokaal te mogen gebruiken, tot het nieuwe schoolgebouw gereed was.
 

 


 

Dat laatste duurde tot maandag 6 december 1897. Op die datum werd het schoolgebouw aan de Melkdijk officieel geopend en vanaf dat jaar spreken we over de Openbare Lagere School Goedereede. Het was (en is) nog steeds een stevig gebouw, met een lange gang, waaraan links de kapstokken en toiletten gelegen waren en een enkele kast. Achterin de gang was een toegangsdeur, die uitkwam op het smalle gedeelte van het terrein, met daarachter het z.g. "Asjekot", waarin de kolen en het hout voor de kachels lag opgeslagen.  
 

  

 
 

Later, na 1961, toen de kolenkachels plaats hadden gemaakt voor oliekachels, werd het gebouwtje vooral gebruikt als opslagruimte voor het oud-papier, dat de kinderen verzamelden. Van de opbrengst hiervan werden dingen aangeschaft, die de gemeente niet vergoedde en ook werd het geld gebruikt als aanvulling bij de schoolreisjes. Rechts naast de voordeur bevindt zich nog steeds de gedenksteen, die zelfs de zware tijd, die het gebouw had tijdens het gebruik als smederij, overleefd heeft. Het opschrift luidt: Deerste steen gelegd op 22 juli 1897 door M.Breen. M.Breen was Burgemeester van Goedereede, tevens voorzitter van de schoolcommissie.
De school had drie klaslokalen en een gymnastieklokaal, met hoge ramen, waardoor de kinderen niet afgeleid konden worden door wat zich buiten afspeelde. Tussen de klaslokalen bevond zich een tussendeur, met een ruit, zodat het Hoofd der School vanuit zijn klaslokaal, dat gelegen was in het midden, enig toezicht kon houden op de klassen en hun bezigheden.
Het gymnastieklokaal was met alle toen gebruikelijke toestellen ingericht, maar werd in 1945 in twee stukken verdeeld, d.m.v. een muur in 't midden van het gymlokaal, omdat na de oorlog, toen de gemeente de school weer vrijgegeven had, de Chr.school van het Havenhoofd in het achtergedeelte gehuisvest was. In de oorlog was namelijk, op last van de Duitse bezetter, het gehele Havenhoofd afgebroken en moest er na de bevrijding weer een nieuwe school gebouwd worden. Dit duurde tot 1950, waarna Dhr. Snijders, met zijn kinderen de nieuwe school weer kon betrekken.
 

 

 

Op 17 januari 1947, werd voor het eerst na de oorlog weer een ouderavond gehouden in het Ver.Gebouw (op het schoolplein), waar dhr. A. den Eerzamen, voorzitter van de oudercommissie, memoreerde, 'dat dit de eerste ouderavond was na de oorlog en dat de schoolkinderen in de oorlogsjaren hadden gezworven van het ene naar het andere gebouw. Ja, zelfs op korenzolders vertoefd hadden, maar nu, nadat hij het werk van de kinderen gezien had, zich dit weer in stijgende lijn bevond'.
De muur in het gymnastieklokaal werd vervolgens weer afgebroken, en het lokaal wederom voor gymnastieklessen in gebruik genomen. In 1954 kwam schrijver dezes als vierde leerkracht op de school en moest de toenmalige onderwijzer, de Kam, les gaan geven in het gymnastieklokaal, waar toen in het midden een kachel werd geplaatst. Dat gaf enorm veel problemen, omdat de kachelpijp over de halve lengte van het lokaal, horizontaal liep en daardoor ieder ogenblik verstopt raakte, met alle moeilijkheden van dien. Er werd dus weer een muur geplaatst en het laatste lokaal werd ingericht als handenarbeidruimte en opslagruimte voor schoolbenodigdheden.
 

 
 

 

 

Het is dus begrijpelijk, dat de gemeente latere verzoeken, om de muur weer weg te halen en een gymzaal te maken, naast zich neerlegde en slechts bereid was een paar deuren er in te maken, waardoor het dan (volgens de gemeente) mogelijk moest zijn er iets van gymnastiek in te bedrijven. Eén en ander was voor de inspectie echter niet acceptabel, zodat we het erna ongeveer 25 jaar zonder gymnastiek hebben moeten doen.
Er werd toch geprobeerd, iets van lichamelijke opvoeding te verwezenlijken en zo werd er gebruik gemaakt van de speeltuin in 'de Kleyne Wael', waar later de kleuterschool zou komen. Daarheen werden, bij mooi weer, banken en andere spel- en oefenmaterialen gesleept, zodat het toch mogelijk was, iets te doen. Omdat het vrij ongelijk terrein was, is het tweemaal voorgevallen, dat een meisje van de bank gleed , waarbij de éên een pols en de ander een arm brak. Leuker was, vooral voor de kinderen, dat een blinde man, van het Havenhoofd, een stop maakte in de speeltuin en bij het door de deur lopen, even inhield en zijn hond, die blijkbaar hoge nood had, de gelegenheid gaf zijn poot op te tillen. Jammer voor de onderwijzer (v.D.), die er net stond en vervolgens zijn schoen voelde vollopen!
De bouw van de kleuterschool 'De Eerste Stap' maakte ook aan deze mogelijkheid een eind. Gymnastiek geven op het schoolplein was ook geen oplossing, door de harde tegels en de (geluid)overlast voor de andere klassen. Toch is het wel een paar keer gedaan en werden er dan wat balspelen o.i.d. beoefend. De klaslokalen waren hoog en hadden een stevige houten vloer, van Amerikaans-eiken balken en stevige houten banken, waar twee kinderen plaats hadden. Aan de muren de gebruikelijke schoolplaten en voor in de klas op een ezel het grote Aap-Noot-Mies-bord, telraam, schrijfvoorbeeldenkaart etc. Achter in de klas stond de hoge kolenkachel, die 's morgens door de schoolschoonhouder werd aangemaakt en door het onderwijzend personeel, als de kachel goed doorgebrand was, met cokes moest worden bijgevuld. Soms plofte de kachel dan na een kwartiertje even door, waarna de gehele klas in de rook zat. In de Sinterklaastijd werd dat expres een keer gedaan, om dan de meester een excuus te geven het raam open te zetten en de kinderen uit de hoogste klas de gelegenheid te geven om pepernoten e.d. door het raam naar binnen te gooien. Dat was alleen mogelijk, toen de ramen nog zo hoog zaten en de kolenkachels nog in gebruik waren. Na 1961 werden de kolenkachels vervangen door grote vierkante oliekachels, die voor de schoolschoonhouders een bron van ergernis waren. Ze stonken soms ontzettend en weigerden te branden, door verstopping e.d. De firma van Wijk heeft ze heel vaak moeten schoonmaken en ontstoppen. Ook de olie er uit pompen, als ze zonder enige aanleiding vol waren gelopen, kwam regelmatig voor. Met respect denk ik dan ook terug aan de tijd, dat dhr. en mevr. v.d.Bok altijd voor ons klaar stonden om deze moeilijkheden het hoofd te bieden en ook de school keurig schoon hielden gedurende 32 jaar. Vóór hen, zorgde Mevr J. Lokker daar voor en laatstelijk was er het schoonmaakbedrijf Gom, die door de gemeente was ingehuurd voor het schoonhouden van alle gebouwen etc.

 
 
 

 

De inrichting, zoals boven beschreven, heeft geduurd tot omstreeks 1961, toen de school een opknapbeurt kreeg en aangepast werd aan de eisen van de moderne tijd. Het schoolmeubilair werd vernieuwd en bestond toen uit losse tafels en stoeltjes, De vloeren werden eruit gebroken en vervangen door veel lichtere planken, afgedekt met linoleum. De ramen werden ook aangepast, wat betekende, dat de vensterbanken verlaagd werden, waardoor er veel meer licht in de lokalen kon komen. Nog éénmaal heeft de school een onprettige ervaring meegemaakt en wel in 1953, toen op 1 februari de dijken braken en de Watersnood een feit was. Tragisch was het, dat er ??n leerling bij verdronken is, n.l. Lies v.d.Veer, die op Stadtwyck woonde. Door leerlingen en onderwijzend personeel werd een keurige grafsteen op zijn graf geplaatst.
Het schoolplein of de speelplaats bestond, tot 1961, geheel uit grind, met midden op het plein de 'tras', een waterput, die zeker een meter boven de grond uitstak met een vergrendelde deksel erop. Deze werd veel gebruikt om achter weg te kruipen bij het geliefde spel 'afgooiertje' met een tennisbal of zoiets. Deze ballen kwamen nogal eens in de tuin van de fam. Hoogmoed terecht, die vlak achter de speelplaatsmuur hun woning en tuin hadden. Toch werd er zeer weinig geklaagd over de schooljeugd. Een prachtig spel, waar ik zelf vaak aan meedeed, was het 'Troelen'. De juiste spelregels weet ik niet meer, maar het ging om knikkers of steentjes in een kuiltje, die er dan uitgeschoten werden met een balletje en waarbij op een gegeven moment alle knikkers uit het kuiltje verdwenen waren. Als dat het geval was, dan was je 'poep'. Dat is mij heel wat keren overkomen, maar dan mocht ik goedgunstig nog een keer op de 'koeierik' meedoen. De verdere spelen waren zoals overal op speelplaatsen, tikkertje, bokkiespringen e.d.
Net buiten de ingang tot het schoolplein stond het laatste overblijfsel van de oude Hoofdpoort. Dit was natuurlijk een prachtig stuk speelgoed om te beklimmen en omheen te rennen. De gemeente heeft hier veel mee te stellen gehad en had graag dit monument willen laten restaureren. Daar echter de kosten van de restauratie voor de gemeente te hoog waren en het stuk poort steeds verder verviel en gevaar opleverde voor de schooljeugd, moest men, na een intensieve briefwisseling met het ministerie van binnenlandse zaken, besluiten tot afbraak. Dat gebeurde in mei 1907, door aannemer C.Tieleman uit Melissant.
Toen (1961) de school een opknapbeurt kreeg, werd ook het schoolplein aangepakt. De gehele oppervlakte werd met tegels bedekt en de tras verdween. Deze toestand is vervolgens zo gebleven, totdat het schoolgebouw in 1973 door de inspectie werd afgekeurd, omdat het gebouw, hoewel zeer stevig gebouwd, toch niet meer aan de strengere eisen kon voldoen. Er werd toen een nieuw schoolgebouw gepland, in de Nieuwe Oostdijk, met name in De Tuinen.

 
    
 




















 

De eerste paal werd vervolgens geslagen op vrijdagochtend 1 november 1974, 's morgens om 9.30 u. Het nieuwe schoolgebouw werd officieel geopend op 3 september 1975. De tijd na de oorlog werd gekenmerkt door grote veranderingen, zowel voor wat betreft het geven van het onderwijs, alsook de manier van omgaan met de kinderen. Was voor en in de oorlog het lesgeven vooral op de manier van armen over elkaar en goed luisteren; de meester of de juf uitleggend en docerend voor de klas en de kinderen stil in hun banken enz.? Na de oorlog begint er een kentering te komen en worden de kinderen langzamerhand wat vrijer in het uitdrukken van hun gevoelens. Vooral nadat de banken vervangen waren door stoeltjes en tafeltjes, zodat een vrijere manier van opstellen mogelijk werd en de kinderen ook niet meer als stille ledepoppen hoefden te blijven zitten, maar elkaar soms mochten helpen of zachtjes met elkaar over leerstof konden praten.Er kwamen ook allerlei hulpmiddelen de school binnen, waaronder de dia's over alle mogelijke onderwerpen, die door ieder kind mochten worden geraadpleegd, evenals de naslagwerkjes, die in de schoolbibliotheek aanwezig waren, geschikt voor ieder niveau, van de eerste tot de zesde klas. Er waren acht klassen, waarvan de 7e en 8e klas bevolkt werden door jongens en meisjes, die niet wilden doorleren, of die zo gauw mogelijk bij hun ouders in het bedrijf mee moesten werken. Voor die kinderen was het vaak moeilijk, passende leerstof te vinden en ze zinvol bezig te houden. Vaak werden ze voor allerlei boodschapjes op pad gestuurd. De meisjes uit die klassen gingen van 1951 tot 1956 op kookles bij mevr. van Breemen, waar ze naar ik begrepen heb, met veel plezier de lessen volgden. Voor de handenarbeidlessen werd gebruik gemaakt van het achterste (halve) gymlokaal, terwijl dan de meisjes handwerkles kregen in de klaslokalen. De handwerklessen werden tot 1954 gegeven door mevr. N.v.d.Mast-den Eerzamen, waarna Mevr.L.van Damme-de Jager werd aangesteld, die in 1956 weer werd opgevolgd door Mej. Neeltje Westhoeve, die nog enige tijd na haar pensionering op 29 juli 1968, is blijven doorgaan. Ik noem deze dames, omdat ze niet in de lijst van onderwijzend personeel staan vermeld, maar toch zeer veel hebben bijgedragen tot de bloei van de school.